foto1

  • home
  • achtergrond informatie
  • alle risico's
  • links
  • contact

Gevaarlijke stoffen: algemeen

Op deze inleidende pagina is beschreven welke gevaarlijke stoffen binnen de ggz kunnen voorkomen. De informatie is bedoeld voor werknemers, leidinggevenden, staffunctionarissen, management en OR.

In de ggz komen diverse werkzaamheden voor waarin werknemers blootgesteld kunnen worden aan gevaarlijke stoffen.

    De arbocatalogus maakt onderscheid tussen:
  • Biologische agentia voor cliëntgebonden functies ;
  • Allergene stoffen voor cliëntgebonden functies;
  • Gevaarlijke stoffen voor technische dienst, groenvoorziening en transport;
  • Gevaarlijke stoffen voor (instellings)keuken/voedingsdienst en schoonmaak;
  • Rookbeleid.

Biologische agentia

Biologische agentia zijn bacteriën, schimmels, gisten, virussen en parasieten die (na inademen, innemen, huidcontact of bloedcontact) een infectie, allergie of vergiftiging kunnen veroorzaken. Voorbeelden in de ggz zijn o.a. tbc, MRSA, Norovirus, hepatitis A/B/C en hiv.

Allergenen

Allergenen zijn stoffen die in staat zijn bij bepaalde mensen een irritatie, overgevoeligheid of een allergische reactie op te wekken. Voorbeelden in de ggz zijn eczeem door medicijnuitgifte of veelvuldig handen wassen en latexallergie als gevolg van gebruik van latex handschoenen.

Gevaarlijke stoffen

Gevaarlijke stoffen zijn chemische stoffen die bij blootstelling mogelijk een gevaar opleveren voor de veiligheid en gezondheid van werknemers. Afhankelijk van de eigenschappen kunnen deze stoffen irriterend, schadelijk of bijtend zijn. Ze zijn te herkennen aan het oranje gevaarsymbool op de verpakking. Voorbeelden van gevaarlijke stoffen in de ggz zijn desinfecteermiddelen (zorg), oplosmiddelen (technische dienst), schoonmaakmiddelen (schoonmaak) en grillreiniger (keuken).

Tabaksrook

Vanwege de schadelijke bestandsdelen van tabaksrook is rookbeleid als een apart onderwerp opgenomen bij gevaarlijke stoffen.

De organisatie


    Beleid
  • Voorkom en beperk het gebruik van gevaarlijke stoffen zo veel mogelijk, o.a. door het gebruik van minder schadelijke stoffen te stimuleren.
  • Formuleer een gevaarlijkestoffenbeleid voor die situaties waarin toch gevaarlijke stoffen (inclusief allergenen) gebruikt moeten worden of voorkomen (biologische agentia).
  • Maak voor dit beleid gebruik van de uitkomsten van de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) van je eigen instelling.
  • Actualiseer het beleid periodiek, bijvoorbeeld met behulp van de richtlijnen van de Stichting Werkgroep Infectie Preventie voor de gezondheidszorg (WIP).
  • Organiseer voldoende interne deskundigheid ten aanzien van gevaarlijke stoffen, infectiepreventie en hygiëne, bijvoorbeeld door een hygiënecommissie in te stellen.
  • Registreer alle gebruikte gevaarlijke stoffen. Leg in het register vast bij welke functies, bij welke werkzaamheden en aan welke stoffen werknemers kunnen worden blootgesteld.
  • Werkt het personeel in de instelling met cytostatica of met patiënten bij wie recentelijk cytostatica zijn toegediend? Neem dit risico en de beheersmaatregelen dan op in het beleid van de instelling. En houd een registratie van deze kankerverwekkende en mutagene stoffen bij (o.a. de hoeveelheid van de stof en het aantal blootgestelde werknemers).
  • Neem in het beleid op hoe de instelling zorg draagt voor goede voorzieningen om veilig met gevaarlijke stoffen om te gaan. Bijvoorbeeld op de werkplek zorgen voor voldoende veilige kasten voor de opslag van gevaarlijke stoffen (conform PGS-15).
  • Stel geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen (handschoenen, veiligheidsbril, et cetera) ter beschikking wanneer de blootstelling redelijkerwijs niet op een andere wijze kan worden vermeden. Zorg voor onderhoud en registratie. Zie de pagina Inrichting arbeidsplaats: veiligheid voor technische dienst, onder ‘Beleid persoonlijke beschermingsmiddelen’.
  • Beschrijf de maatregelen die nodig zijn om blootstelling te voorkomen of te beperken. Maak hierbij gebruik van de informatie uit de veiligheidsinformatiebladen (VIB) die bij verpakte gevaarlijke stoffen geleverd worden. Neem de maatregelen op in werkinstructies voor werknemers die kunnen worden blootgesteld.
  • Zorg voor een structuur waarbij de veiligheidsinformatiebladen actueel gehouden worden, bijvoorbeeld bij aanschaf van nieuwe stoffen, en bundel alle veiligheidsinformatiebladen in een register.
  • Beperk het aantal werknemers dat wordt blootgesteld.
  • Stel een procedure op hoe te handelen bij ongewilde gebeurtenissen met gevaarlijke stoffen. Bewaar de beschrijving daarvan op een centrale plaats in de instelling en op de relevante werkplekken. Verwerk in de procedure ook het bhv-plan van de locatie.
  • Meld ernstige ongevallen met gevaarlijke stoffen (o.a. bij ziekenhuisopname en blijvend letsel) aan de Arbeidsinspectie en houd een lijst bij van gemelde arbeidsongevallen met een verzuim van meer dan drie werkdagen.
  • Maak goede afspraken over het afvoeren van gevaarlijk afval en afval van cliënten met zeer besmettelijke ziekten.
  • Houd bij nieuwbouw en verbouw rekening met de mogelijkheid dat er gewerkt gaat worden met gevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld door oog- en nooddouches, brandvoorzieningen et cetera te installeren). Neem het onderwerp mee bij het maken van een programma van eisen.
    Bij de uitvoering van het werk
  • Geef voorlichting en instructie aan werknemers over de mogelijke gevaren die zij lopen, over de maatregelen om blootstelling te voorkomen, over het gebruik van beschermingsmiddelen, over de hygiënevoorschriften en over wat te doen bij incidenten.
  • Zorg dat actuele werkinstructies en protocollen op de werkplek aanwezig zijn.
  • Stel de benodigde middelen (afzuiging, naaldcontainers, oogdouche, opslagkasten et cetera) ter beschikking.
  • Toets regelmatig of de opgedane kennis nog steeds bekend en toereikend is.
  • Houd periodiek een controleronde op de werkplek om na te gaan of de gevaarlijke stoffen op de juiste wijze worden gebruikt en opgeslagen.
  • Spreek als leidinggevende je werknemers aan op het naleven van de afspraken bij het werken met gevaarlijke stoffen.

Maatregelen op de werkplek

  • Voorkom of beperk waar mogelijk de blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Bijvoorbeeld door technische maatregelen zoals automatische doseersystemen, goede ruimteventilatie en bronafzuiging.
  • Sla de gevaarlijke stoffen op in een voor gevaarlijke stoffen geschikte kast. Beperk de hoeveelheid op de werkplek tot maximaal de dagvoorraad.
  • Voer gevaarlijk afval regelmatig af. Voer ook gevaarlijke stoffen af die niet meer worden gebruikt.
  • Zorg dat de naam van de stof en een aanduiding van de aard van de gevaren opvallend en goed leesbaar vermeld staan op de verpakking van een gevaarlijke stof.

Wat doe je als werknemer?

  • Zorg dat je bekend bent met de werkinstructies en protocollen over het werken met gevaarlijke stoffen. Lees ze voordat je met een middel gaat werken.
  • Werk volgens deze instructies en protocollen en de aanwijzingen op de verpakking.
  • Neem kennis van de procedure hoe te handelen bij ongewilde gebeurtenissen met gevaarlijke stoffen.
  • Gebruik en onderhoud de persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze.
  • Bewaar geen voedsel op werkplekken waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.
  • Eet en drink niet op de werkplek. Was je handen goed vóórdat je (op een andere plek) gaat eten of drinken.
  • Maak gebruik van de interne deskundigheid (bijvoorbeeld de hygiënecommissie en de preventiemedewerker).
  • Volg de voorlichting en instructie die de instelling je aanbiedt.
  • Meld mogelijke arbeidsgerelateerde (infectie)ziekten aan je leidinggevende.
  • Meld incidenten, (bijna-)ongevallen en gevaarlijke situaties bij je leidinggevende.
  • Bespreek knelpunten in het werkoverleg en/of het jaar-/functioneringsgesprek.
  • Spreek je collega’s aan als je ziet dat zij niet volgens de afgesproken regels werken.

print pagina            

Zoek in de arbocatalogus ggz

 

 

zoek

Onderwerpen

  • Biologische agentia, cliëntgebonden
  • Allergene stoffen, cliëntgebonden
  • Technische dienst
  • Keuken/voedingsdienst
  • Rookbeleid

Risico's

  • Agressie en geweld
  • Fysieke belasting
  • Gevaarlijke stoffen
  • Inrichting arbeidsplaats
  • Werkdruk

verplicht beleid te voeren om de risico’s t.a.v. gevaarlijke stoffen en biologische agentia zo veel mogelijk te beperken. Zo moeten de onderwerpen gevaarlijke stoffen en biologische agentia expliciet zijn opgenomen in de RI&E en indien nodig in het bijbehorende plan van aanpak. Ook in de cao staat dat de werkgever een samenhangend beleid moet ontwikkelen en implementeren met betrekking tot veilig en gezond werken.

De arbocatalogus voor ggz-instellingen is bedoeld voor werkgevers en werknemers in de ggz om zo gezond en veilig mogelijk te kunnen werken, en is een product van GGZ Nederland / ABVAKABO FNV / CNV Publieke Zaak / FBZ / NU´91

Partners   GGZ Nederland / ABVAKABO FNV / CNV Publieke Zaak / FBZ / NU´ 91

disclaimer / colofon