thema: Inrichting arbeidsplaats
Veiligheid voor technische dienst
Deze pagina gaat over de veiligheidsrisico’s voor de technische dienst. De informatie is bedoeld voor werknemers met technische functies en hun leidinggevenden. Staffunctionarissen kunnen de pagina gebruiken voor het opstellen van veiligheidsbeleid binnen de technische dienst.
Werknemers binnen de technische dienst lopen verschillende arbeidsrisico’s. Deze pagina gaat over de relevante veiligheidsrisico’s en de maatregelen die instellingen kunnen treffen om de risico’s te beheersen. Aan de orde komen: machineveiligheid en werken met elektriciteit, geluidsrisico’s en beleid persoonlijke beschermingsmaatregelen.
Fysieke belasting is ook een risico voor werknemers van de technische dienst. Over dit risico kun je meer lezen op de volgende pagina’s over fysieke belasting voor niet-cliëntgebonden functies:
- Staand werk, niet-cliëntgebonden
- Kort cyclisch werk, niet-cliëntgebonden
- Tillen en dragen, niet-cliëntgebonden
- Duwen en trekken, niet-cliëntgebonden
Meer over risico’s van gevaarlijke stoffen voor de technische dienst staat op de pagina Gevaarlijke stoffen: technische dienst.
De organisatie
- Formuleer een veiligheidsbeleid voor de instelling en neem hierin de risico’s op van werknemers van de technische dienst, de groenvoorziening en het transport.
- Stem het beleid af op belastende situaties die in je instelling relevant zijn. Maak hiervoor gebruik van de uitkomsten van de Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) van je instelling.
Machineveiligheid
- Ga allereerst na of je de risico’s die verbonden zijn aan machines kunt elimineren. Als dat niet kan, verklein dan de risico’s door afschermingen of beveiligingsinrichtingen aan te brengen.
- Schaf alleen machines aan die voorzien zijn van de Europese CE-markering en een Nederlandstalige gebruiksaanwijzing. Als de CE-markering is aangebracht, de apparatuur nadien niet is aangepast of uitgebreid en er een Nederlandstalige gebruiksaanwijzing aanwezig is, dan mag worden aangenomen dat gebruik van de apparatuur voldoende veilig is.
- Houd de gebruiksaanwijzing beschikbaar voor de werknemers die de machine gebruiken. Deze bevat informatie over de werking, het onderhoud, de gebruiksinstructies en de eventuele vervanging van onderdelen.
- Voor apparatuur zonder CE-markering moet de instelling een Risico-inventarisatie en -evaluatie Arbeidsmiddelen (laten) uitvoeren. Onderzoek hierbij voor deze apparatuur welke latente gevaren aanwezig kunnen zijn en welke risico's hieruit kunnen voortvloeien. Dit geldt zowel voor de ggz-werknemers, als voor cliënten in een therapeutische setting. Stel een rapport op met adviezen over de te nemen maatregelen om het gevaar weg te nemen of het risico terug te brengen.
- Gooi machines die niet meer in gebruik zijn weg.
- Realiseer je dat de risico’s bij het werken met machines ook optreden bij creatieve therapie. Maak een bewuste keuze welke machines daarbij worden ingezet.
Bediening van machines
- Let er bij de bediening van machines op dat de machine op een veilige wijze kan worden stopgezet en dat de energiebron veilig kan worden afgesloten.
- Zorg er verder voor dat de machine gemakkelijk toegankelijk is, goed herkenbaar en eenvoudig te bedienen is, dat een stopopdracht voorrang heeft boven een startopdracht, en is voorzien van noodstop(pen).
- Let erop dat noodstoppen goed herkenbaar/zichtbaar/bereikbaar zijn.
- Train/instrueer werknemers hoe machines bediend moeten worden, inclusief de beveiligingsinrichtingen en noodstopvoorzieningen.
Controle en onderhoud van machines en arbeidsmiddelen
- Controleer de machines regelmatig op correcte werking van noodstoppen en de aanwezigheid van afschermingen. Leg dit vast in een onderhoudsboek.
- Keur/inspecteer hijs- en hefmiddelen en heftrucks jaarlijks. Als een machine intensief gebruikt wordt, voer de keuring/inspectie dan vaker uit. Eén keer per jaar is het minimum.
- Keur alle elektrische handgereedschappen en elektrisch aangedreven machines jaarlijks volgens NEN-3140.
- Keur ladders en huishoudtrappen periodiek.
Voorkomen van beknelling/snijden
- Voorzie gevaarlijke plaatsen bij machines (zoals bewegende delen en scherpe messen) van afscherming (hekken, inloopbeveiliging, beschermkappen) en sluit openingen af.
- Let erop dat de afschermingen geen bijkomende gevaren (b.v. scherpe randen) met zich meebrengen.
- Plaats de afschermingen zo dat ze niet op eenvoudige wijze omzeild of buiten werking gesteld kunnen worden. Zorg dat ze het zicht niet belemmeren en dat ze voldoende ver van de gevaarlijke zone verwijderd zijn.
- Voorzie gevaarlijke plaatsen of gevaarlijke machineonderdelen van borden of stickers met waarschuwingsteksten.
- Scherm de aandrijvingen van mechanisch (hand)gereedschap en andere apparatuur volledig af.
Gevaar voor elektrocutie
- Laat elektrotechnische werkzaamheden en beoordelingen van elektrische onderdelen van installaties/machines/apparatuur alleen verrichten door voldoende deskundig en bevoegd/erkend personeel.
- Hang bij elektrische schakelkasten actuele schema’s op.
- Zorg ervoor dat het ontwerp, de aanleg, het onderhoud en installatie en de bedrijfsvoering volledig voldoen aan de NEN-normen 1010/3140/50110.
- Voorzie de tl-armaturen van een doelmatige beschermkap
- Leg elektrische onderdelen en voorzieningen van machines en in de ruimte spat- en waterdicht aan wanneer er vochtige omstandigheden kunnen zijn.
- Meld direct aan je leidinggevende wanneer je ziet dat bedrading en leidingen beschadigd zijn. Laat beschadigingen direct repareren.
Geluidsrisico’s
- Onderzoek op welke werkplekken hoge geluidsniveaus voorkomen, hoe hoog de geluidsniveaus zijn en welke werknemers eraan worden blootgesteld. Laat dit onderzoek door een deskundige uitvoeren. Tref bij een geluidsniveau van meer dan 80 dB(A) de volgende maatregelen:
- Markeer zones met een geluidsniveau van hoger van 85 dB(A) met pictogrammen.
- Breng waar mogelijk geluidsisolatie aan, beperkt de trillingsoverdracht of zorg voor compartimentering.
- Geef werknemers voorlichting over de geluidsrisico’s.
- Laat audiometrisch onderzoek uitvoeren bij werknemers die worden blootgesteld aan hoge geluidsniveaus.
- Verstrek gehoorbescherming aan werknemers die werken op plaatsen met een geluidniveau van meer dan 80 dB(A) (gehoorkappen of otoplastieken). Bij meer dan 85 dB(A) zijn werknemers verplicht de gehoorbescheming te dragen. Otoplastieken zijn per persoon op maat gemaakte gehoorbeschermers. Zij hebben een lange levensduur, zijn zeer comfortabel (mits goed aangemeten en vervaardigd), de demping is naar behoefte instelbaar. In verband met de continue groei van het oor, dient periodiek te worden vastgesteld of de otoplastieken nog wel voldoende bescherming bieden.
Beleid persoonlijke beschermingsmiddelen
- Stel een beleid persoonlijke beschermingsmiddelen op.
- Maak een overzicht van de taken waarbij persoonlijke beschermingsmiddelen noodzakelijk zijn. De Risico-inventarisatie en -evaluatie in combinatie met de dagelijkse praktijk kan hier informatie voor geven.
- Bepaal per taak welke persoonlijke beschermingsmiddelen er noodzakelijk zijn. Let er daarbij op dat persoonlijke beschermingsmiddelen alleen worden toegepast als er geen andere preventieve maatregelen mogelijk zijn.
- Bepaal welke persoonlijke beschermingsmiddelen het meest geschikt zijn voor de taak. De taak waarvoor zij worden gebruikt, passende maatvoering, vrijheid van beweging, draagcomfort en persoonlijke voorkeur zijn hierbij van belang.
- Schaf de persoonlijke beschermingsmiddelen eerst in kleine hoeveelheden aan en test of het middel geschikt is voor de taak en of werknemers er tevreden over zijn. Betrek de gebruikers bij de feitelijke keuze. Zij zijn ervaringsdeskundigen die kunnen beoordelen of het middel is afgestemd op het feitelijke gebruik.
- Leg in een werkinstructie per functie vast welke persoonlijke beschermingsmiddelen bij welke taak toegepast moeten worden.
- Bespreek als leidinggevende de werkinstructie met de werknemers.
- Geef werknemers voorlichting en instructie over de wijze van verstrekking, het juiste gebruik, reiniging, vervanging en onderhoud van persoonlijke beschermingsmiddelen. Leg vast welke werknemers de instructie hebben gevolgd.
- Geef met pictogrammen aan op welke plaatsen welke persoonlijke beschermingsmiddelen verplicht gedragen moeten worden.
- Bewaar de persoonlijke beschermingsmiddelen op een goed ingerichte plek.
Onderwerpen
Volgens de Arbowet is de werkgever verplicht de arbeidsplaats zo in te richten dat risico’s voor de veiligheid en de gezondheid zo veel mogelijk voorkomen worden.
De arbocatalogus voor ggz-instellingen is bedoeld voor werkgevers en werknemers in de ggz om zo gezond en veilig mogelijk te kunnen werken, en is een product van GGZ Nederland / ABVAKABO FNV / CNV Publieke Zaak / FBZ / NU´91
