foto1

  • home
  • achtergrond informatie
  • alle risico's
  • links
  • contact

thema: Gevaarlijke stoffen

Technische dienst

Deze pagina beschrijft welke gevaarlijke stoffen bij de technische/onderhoudsdienst binnen de ggz kunnen voorkomen. De informatie is bedoeld voor werknemers, leidinggevenden, staffunctionarissen, management en OR.

In de ggz kunnen werknemers van de technische/onderhoudsdienst in aanraking komen met diverse gevaarlijke stoffen. Gevaarlijke stoffen zijn chemische stoffen die bij blootstelling mogelijk een gevaar opleveren voor de veiligheid en gezondheid. Afhankelijk van de eigenschappen kunnen deze stoffen o.a. ontvlambaar, explosief, irriterend, bijtend of schadelijk/giftig zijn. Ze zijn te herkennen aan het oranje gevaarsymbool op de verpakking.

    Enkele voorbeelden van (situaties met) gevaarlijke stoffen waarmee technischedienst- of onderhoudsmedewerkers, afhankelijk van hun takenpakket, in aanraking kunnen komen zijn:
  • stof, houtstof en kwartsstof (bij houtbewerking, schilderen, slijpen, et cetera);
  • oplosmiddelen zoals terpentine en wasbenzine (bij schilderen, schoonmaken, et cetera);
  • brandstoffen (bij o.a. groenwerkzaamheden);
  • gewas-/bestrijdingsmiddelen (bij groenwerkzaamheden);
  • dieselmotoremissies (bij o.a. groenwerkzaamheden);
  • middelen tegen gladheidbestrijding (bij gladheid);
  • lasrook (bij laswerkzaamheden);
  • soldeerrook (bij solderen);
  • asbest (bij boren et cetera op plaatsen waar nog asbest zit);
  • zout-/zwavelzuur, natriumhypochloriet en kooldioxide (bij zwembaden);
  • opslag van zuurstofgasflessen;
  • biologische agentia (zoals legionella bij het doorspoelen van verdachte tappunten of processierupsen en besmette teken bij groenwerk);
  • bij calamiteiten met gevaarlijke stoffen (bijvoorbeeld bij een lekkage bij opgeslagen gevaarlijke stoffen);
  • diverse agressieve/bijtende vloeistoffen (bij oliën, schoonmaken, et cetera).

De organisatie


    Beleid
  • Formuleer een gevaarlijkestoffenbeleid en neem de blootstellingsrisico’s van werknemers van de technische dienst, de groenvoorziening en het transport hierin op.
  • Voorkom en beperk het gebruik van gevaarlijke stoffen zo veel mogelijk, o.a. door de gebruikte gevaarlijke stoffen te vervangen door minder schadelijke alternatieven.
  • Beperk het aantal werknemers dat aan gevaarlijke stoffen kan worden blootgesteld. Bijvoorbeeld: werken met gewasbeschermingsmiddelen alleen door werknemers met een licentie.
  • Leg vast met welke maatregelen en beschermingsmiddelen de risico’s aanvaardbaar zijn gemaakt.
  • Neem in het beleid op hoe de instelling zorg draagt voor goede voorzieningen om veilig met gevaarlijke stoffen om te gaan. Bijvoorbeeld op de werkplek voldoende veilige kasten voor de opslag van gevaarlijke stoffen (conform PGS-15).
  • Stel geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen (handschoenen, veiligheidsbril et cetera) ter beschikking wanneer de blootstelling redelijkerwijs niet op een andere wijze kan worden vermeden. Zorg voor onderhoud en registratie.
  • Beschrijf de maatregelen die nodig zijn om blootstelling te voorkomen of te beperken. Maak hierbij gebruik van de informatie uit de veiligheidsinformatiebladen (VIB) die bij verpakte gevaarlijke stoffen geleverd worden. Neem de maatregelen op in werkinstructies voor werknemers die kunnen worden blootgesteld.
  • Stel een procedure op hoe te handelen bij ongewilde gebeurtenissen met gevaarlijke stoffen. Bewaar de beschrijving daarvan op een centrale plaats in de instelling en op de relevante werkplekken. Verwerk in de procedure ook het bhv-plan van de locatie.
  • Meld ernstige ongevallen met gevaarlijke stoffen (o.a. bij ziekenhuis-opname en blijvend letsel) aan de Arbeidsinspectie en houd een lijst bij van gemelde arbeidsongevallen met een verzuim van meer dan drie werkdagen.
  • Laat een legionellarisicoanalyse uitvoeren. Stel indien nodig een legionellabeheersplan op (inclusief technische aanpassingen in de installatie, doorspoelregime en periodieke monstername).
  • Bestaat er een vermoeden dat er asbest in het gebouw aanwezig is? Laat het gebouw dan inspecteren en het asbest zo nodig verwijderen door een gespecialiseerd bedrijf.
    Bij de uitvoering van het werk
  • Geef voorlichting en instructie aan werknemers over de mogelijke gevaren die zij lopen, over de maatregelen om blootstelling te voorkomen, over het gebruik van beschermingsmiddelen, over de hygiënische voorschriften en over wat te doen bij incidenten.
  • Zorg dat actuele werkinstructies en protocollen op de werkplek aanwezig zijn.
  • Toets regelmatig of de opgedane kennis nog steeds bekend en toereikend is.
  • Houd periodiek een controleronde op de werkplek om na te gaan of de gevaarlijke stoffen op de juiste wijze worden gebruikt en opgeslagen.
  • Spreek als leidinggevende collega’s aan op het naleven van de afspraken bij het werken met gevaarlijke stoffen.

Maatregelen op de werkplek

  • Beperk de blootstelling aan gevaarlijke stoffen door technische maatregelen zoals automatische doseersystemen, goede ruimteventilatie en bronafzuiging.
  • Sla de gevaarlijke stoffen op in een voor gevaarlijke stoffen geschikte kast. Beperk de hoeveelheid op de werkplek tot maximaal de dagvoorraad.
  • Zorg dat op de verpakking van een gevaarlijke stof opvallend en goed leesbaar de naam van de stof en een aanduiding van de aard van de gevaren vermeld staat.
  • Stel de benodigde beschermingsmiddelen (bijvoorbeeld veiligheidsbril) en andere hulpmiddelen (bijvoorbeeld oogdouche) ter beschikking. Probeer hierbij de duur van het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen tot het strikt noodzakelijke te beperken.
  • Voer gevaarlijk afval regelmatig af. Voer ook gevaarlijke stoffen af die niet meer worden gebruikt.
  • Markeer asbesthoudende plekken en materialen duidelijk.

Wat doe je als werknemer?

  • Zorg dat je bekend bent met de werkinstructies en protocollen over het werken met gevaarlijke stoffen. Lees ze voordat je met een middel gaat werken.
  • Werk volgens deze instructies en protocollen en de aanwijzingen op de verpakking.
  • Neem kennis van de procedure hoe te handelen bij ongewilde gebeurtenissen met gevaarlijke stoffen.
  • Gebruik en onderhoud de persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze.
  • Bewaar geen voedsel op werkplekken waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn.
  • Eet en drink niet op de werkplek. Was de handen goed vóórdat je (op een andere plek) gaat eten of drinken.
  • Maak gebruik van de interne deskundigheid (bijvoorbeeld de hygiënecommissie en de preventiemedewerker).
  • Volg de voorlichting en instructie die de instelling je aanbiedt.
  • Voer het doorspoelen i.v.m. legionella zo veilig mogelijk uit volgens het protocol.
  • Meld mogelijke arbeidsgerelateerde (infectie)ziekten aan je leidinggevende.
  • Meld incidenten, (bijna-)ongevallen en gevaarlijke situaties bij je leidinggevende.
  • Bespreek knelpunten in het werkoverleg en/of het jaar-/functioneringsgesprek.
  • Spreek je collega’s aan als je ziet dat zij niet volgens de afgesproken regels werken.

print pagina            

Zoek in de arbocatalogus ggz

 

 

zoek

Onderwerpen

  • Biologische agentia, cliëntgebonden
  • Allergene stoffen, cliëntgebonden
  • Technische dienst
  • Keuken/voedingsdienst
  • Rookbeleid

Risico's

  • Agressie en geweld
  • Fysieke belasting
  • Gevaarlijke stoffen
  • Inrichting arbeidsplaats
  • Werkdruk

Partners   GGZ Nederland / ABVAKABO FNV / CNV Publieke Zaak / FBZ / NU´ 91

disclaimer / colofon