thema: Gevaarlijke stoffen
Keuken/voedingsdienst
Deze pagina beschrijft welke gevaarlijke stoffen bij de keuken/ voedingsdienst binnen de ggz kunnen voorkomen. De informatie is bedoeld voor werknemers, leidinggevenden, staffunctionarissen, management en OR.
In de ggz kunnen werknemers in de (instellings)keuken, bij de voedingsdienst en de schoonmaak in aanraking komen met diverse gevaarlijke stoffen, biologische agentia en allergenen.
Gevaarlijke stoffen zijn chemische stoffen die bij blootstelling mogelijk een gevaar opleveren voor de veiligheid en gezondheid. Afhankelijk van de eigenschappen kunnen deze stoffen o.a. ontvlambaar, explosief, irriterend, bijtend of schadelijk/giftig zijn. Ze zijn te herkennen aan het oranje gevaarsymbool op de verpakking.
-
Enkele voorbeelden van (situaties met) gevaarlijke stoffen waarmee werknemers van de keuken/voedingsdienst in aanraking kunnen komen zijn:
- reinigingsmiddelen zoals grillreiniger en steamerreiniger (bij schoonmaakwerkzaamheden);
- schoonmaakmiddelen (bij schoonmaakwerkzaamheden)
- vaatwasmiddelen (bij verwisselen van jerrycans voor afwasmachine);
- ontstopper voor verstopte afvoeren;
- kooldioxide (bij toedienen aan regenereer-maaltijdwagens).
Biologische agentia zijn bacteriën, schimmels, gisten, virussen en parasieten die (na inademen, innemen, huidcontact of bloedcontact) een infectie, allergie of vergiftiging kunnen veroorzaken.
- Enkele voorbeelden van biologische agentia waarmee werknemers van de (instellings)keuken, de voedingsdienst en de schoonmaak in aanraking kunnen komen zijn:
- schimmelvorming in etensresten op geretourneerde maaltijdwagens;
- legionellabacterie in verdachte sproei-/tappunten;
- bacteriën op scherven in een vuilniszak of scherpe delen in de perscontainer.
Voor meer informatie over biologische agentia, zie ook de pagina Gevaarlijke stoffen: biologische agentia, cliëntgebonden.
Allergenen zijn stoffen die bij bepaalde mensen een irritatie, overgevoeligheid of een allergische reactie kunnen opwekken.
- Enkele voorbeelden van (de gevolgen van) allergenen waarmee werknemers van de (instellings)keuken, de voedingsdienst en de schoonmaak te maken kunnen krijgen zijn:
- contacteczeem door veelvuldig contact met water in de afwaskeuken;
- allergene stoffen in vaatwasmiddelen
Voor meer informatie over allergene stoffen, zie ook de pagina Gevaarlijke stoffen: allergene stoffen, cliëntgebonden.
De organisatie
- Formuleer een gevaarlijkestoffenbeleid en neem de blootstellingrisico’s van werknemers van de (instellings)keuken, de voedingsdienst en de schoonmaak hierin op.
- Voorkom en beperk het gebruik van gevaarlijke stoffen zo veel mogelijk, o.a. door deze te vervangen door minder schadelijke alternatieven of door een andere werkwijze (bijvoorbeeld grill met staalborstel schoonmaken i.p.v. met een corrosieve grillreiniger).
- Beperk het aantal werknemers dat aan gevaarlijke en allergene stoffen kan worden blootgesteld.
- Leg vast met welke maatregelen en beschermingsmiddelen de risico’s aanvaardbaar zijn gemaakt.
- Stel geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen (handschoenen, veiligheidsbril et cetera) ter beschikking wanneer de blootstelling redelijkerwijs niet op een andere wijze kan worden vermeden. Zorg voor onderhoud en registratie.
- Beschrijf de maatregelen die nodig zijn om blootstelling te voorkomen of te beperken. Maak hierbij gebruik van de informatie uit de veiligheidsinformatiebladen (VIB) die bij verpakte gevaarlijke stoffen geleverd worden. Neem de maatregelen op in werkinstructies voor werknemers die kunnen worden blootgesteld.
- Stel een procedure op hoe te handelen bij ongewilde gebeurtenissen met gevaarlijke stoffen. Leg deze vast in een document en bewaar dat op een centrale plaats in de instelling en op de relevante werkplekken. Verwerk de procedure ook in het bhv-plan van de locatie.
Beleid
-
Bij de uitvoering van het werk
- Geef werknemers voorlichting en instructie over de mogelijke gevaren die zij lopen, over de maatregelen om blootstelling te voorkomen, over het gebruik van beschermingsmiddelen, over de hygiënevoorschriften en over wat te doen bij incidenten.
- Zorg dat actuele werkinstructies en protocollen op de werkplek aanwezig zijn.
- Toets regelmatig of de opgedane kennis nog steeds bekend en toereikend is.
- Houd periodiek een controleronde op de werkplek om na te gaan of de gevaarlijke stoffen op de juiste wijze worden gebruikt en opgeslagen.
- Spreek als leidinggevende collega’s aan op het naleven van de afspraken bij het werken met gevaarlijke stoffen.
Maatregelen op de werkplek
- Beperk de blootstelling door technische aanpassingen, bijvoorbeeld door automatische doseersystemen.
- Stel de benodigde beschermingsmiddelen (bijvoorbeeld veiligheidsbril) en andere hulpmiddelen (bijvoorbeeld oogdouche) ter beschikking. Probeer hierbij de duur van het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen tot het strikt noodzakelijke te beperken.
- Zorg dat op de verpakking van een gevaarlijke stof opvallend en goed leesbaar de naam van de stof en een aanduiding van de aard van de gevaren vermeld staat.
- Voer gevaarlijk afval regelmatig af. Voer ook gevaarlijke stoffen af die niet meer worden gebruikt.
Wat doe je als werknemer?
- Zorg dat je bekend bent met de werkinstructies en protocollen over het werken met gevaarlijke stoffen. Lees ze voordat je met een middel gaat werken.
- Werk volgens deze instructies en protocollen en de aanwijzingen op de verpakking.
- Neem kennis van de procedure hoe te handelen bij ongewilde gebeurtenissen met gevaarlijke stoffen.
- Gebruik en onderhoud de persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste wijze.
- Gebruik eventueel beschermende handcrèmes.
- Vermijd huidcontact met allergene stoffen.
- Gebruik latexvrije of hypoallergene handschoenen. Droog je handen goed af voordat je de handschoenen aantrekt.
- Gebruik snijbestendige handschoenen bij afval met scherpe stukken.
- Signaleer en meld bij je leidinggevende legionellaverdachte tappunten.
- Bewaar voedsel en gevaarlijke stoffen gescheiden.
- Maak gebruik van de interne deskundigheid (bijvoorbeeld de hygiënecommissie en de preventiemedewerker).
- Volg de voorlichting en instructie die de instelling je aanbiedt.
- Voer het doorspoelen i.v.m. legionella zo veilig mogelijk uit volgens het protocol.
- Meld mogelijke arbeidsgerelateerde (infectie)ziekten aan je leidinggevende.
- Meld incidenten, (bijna-)ongevallen en gevaarlijke situaties bij je leidinggevende.
- Bespreek knelpunten in het werkoverleg en/of het jaar-/functioneringsgesprek.
- Spreek je collega’s aan als je ziet dat zij niet volgens de afgesproken regels werken.
Onderwerpen
Een werkgever moet er volgens de Arbowet voor zorgen dat blootstelling aan gevaarlijke stoffen zo veel mogelijk voorkomen wordt. Lukt dit niet, dan moet hij maatregelen nemen om de risico’s zo veel mogelijk te beperken.
De arbocatalogus voor ggz-instellingen is bedoeld voor werkgevers en werknemers in de ggz om zo gezond en veilig mogelijk te kunnen werken, en is een product van GGZ Nederland / ABVAKABO FNV / CNV Publieke Zaak / FBZ / NU´91
